Artikelen 2022

Datum publicatie: juni 2022

Mini Turnhout en omstreken

Theo Looyens, Erika Wouters en Gil Tack

Een actieve senior
Theo Looyens vierde vorig jaar zijn negentigste verjaardag. Voor die gelegenheid werd hij op 15 juli geïnterviewd door de Gazet van Antwerpen en kreeg hij bezoek van een journalist op zoek naar actieve senioren met een interessante, tijdvullende hobby. Daarvoor was hij bij Theo aan het goede adres. In 1988 was Theo bij General Motors met pensioen gegaan en had toen eindelijk tijd! Net als in zijn jonge jaren begon hij een treincircuit te bouwen met alles erop en eraan: bergen, kleine gebouwtjes, overwegen,…. . Ook voor zijn interesse voor geschiedenis kwam er opnieuw ruimte. In de loop van de laatste dertig jaar verzamelde hij in twee klasseurs allerlei informatie over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

 foto Marc Cornelis

Theo Looyens naast zijn maquette van het kasteel in Turnhout.

Het loopt uit de hand
In 2002 vroeg zijn zoon hem om een maquette van de villa van zijn idool te maken; zijn zoon was immers een gedreven Elvisfan. Zo geschiede en het bracht Theo op het idee om ook maquettes van Turnhoutse en Kempische gebouwen te maken. Tegen 2012 had hij voor het 800-jarige bestaan van Turnhout het Kasteel, de Sint-Pieterskerk, het oude Stadhuis, het Huis met de Toren, gebouwen uit het Begijnhof en de Theobalduskapel klaar. Ze werden tentoongesteld in de Klein-Engelandhoeve. Het boek met felicitaties van bezoekers bewaart Theo met grote zorg. Het toenmalige prinsenpaar Filip en Mathilde bezocht de tentoonstelling en was zo onder de indruk van zijn werk, dat ze op weg naar de Grote Markt een omweg maakten langs het Kasteel om dit gebouw ook in het echt te bekijken. Paul Dierckx, eigenaar van Klein-Engeland vroeg aan Theo om ook de gerestaureerde schaapskooi van Klein-Engeland, het Zwart Water, waar de kinderen vroeger kwamen zwemmen en schaatsen en de ingangspoort van Corsendonk te maken. Jan Sels, schepen in Oud-Turnhout, bestelde voor een Open Monumentendag Het Hofke van Chantraine, Kunst- en Erfgoedcentrum van Oud-Turnhout.

  foto Marc Cornelis

Het 'Huis metten Thoren' in Turnhout.

  foto Marc Cornelis

Begijnhofpoort in Turnhout.

Ook andere Turnhoutse en Kempische gebouwen kwamen in het atelier van Theo tot stand: de kiosk op de Turnhoutse Grote Markt, het Torenhuis, het hoekhuis met de Gasthuisstraat, het Hotel der Kempen en het heemhuis van Nicolaus Popelius in Ravels. De Watertoren in de Warandestraat staat momenteel nog in de ‘maquettesteigers’.

Theo weet dat er in de Heilig Hart- en in de Middelareskerk een maquette van die kerken aanwezig is, de eerste vervaardigd door een oom van zijn vrouw en de tweede door Willy Luyckx.

  foto Ronny Crols

Huizenrij en pomp in het Begijnhof van Turnhout.

Technische uitwerking
Voor hij aan een gebouw begint, zoekt Theo de historische details op. Tijdens die research las hij onder andere over Margaretha van Oostenrijk, Maria van Hongarije en de Taeymansdynastie. Ook kwam hij te weten dat de klok van Corsendonk maar 1 wijzer had, die enkel de uren aangaf en in de Franse tijd verstopt werd bij de Augustinessen om confiscatie te vermijden.

In een tweede fase maakt Theo een tekening op schaal van het te construeren gebouw. Hiervoor inspireert hij zich op tekeningen van commandant Van Herck, die hij via een vriend leerde kennen. De commandant woonde op het Begijnhof in het voormalige huis van de pastoor, dat ook Remi Lens heeft gehuisvest.

Daarna begint de opbouw van de maquette. Hiervoor gebruikte Theo aanvankelijk hout van 4 mm dik, dat hij kocht in Arendonk en hout in verschillende kleuren dat de gevangenis van Merkplas hem leverde.

De eerste maquettes waren grote constructies waar een stevige basis vereist was. Later hoorde hij van zijn zoon dat hij kon beschikken over de lege kaasdoosjes van de Delhaize van Vosselaar. Dit basismateriaal is stevig maar veel lichter en kan gemakkelijk bewerkt worden met een cuttermes.

De basisvorm beplakt Theo met papier of met zelfgegoten porseleinen baksteentjes en dakpannetjes, een echt penitentiewerkje. Voor de afwerking met deurklinkjes en kleine lantaarntjes kon hij voorheen terecht in een winkel van snuisterijen in Nieuwpoort. Daar vond hij ook het beeldje waarmee hij de Begijnhofkerk vervolledigde. Het beeldje in het poortgebouw van de abdij van Corsendonk is de verkleinde foto van het origineel, geplakt in de nis. Zijn zoon nam de foto toen hij met zijn ouders in de voorbij zomer Corsendonk bezocht. Het was 73 jaar geleden dat Theo er met vakantie was geweest met de misdienaars en hij stond verbaasd te kijken hoe mooi het er geworden was sinds zijn jeugd.

  foto Marc Cornelis

Oud stadhuis op de Markt in Turnhout.

Herinneringen
De herinnering aan het bezoek aan Corsendonk bracht Theo terug naar zijn jeugd in het verleden. Hij is een echte Turnhoutenaar, die zijn jeugd doorbracht aan de Theobalduskapel. Hij herinnert zich nog levendig de viering van Onze Lieve Vrouw en de herdenking van de bevrijding van Turnhout door de Patriotten, elk jaar op 27 oktober. Enkele dagen vooraf werd dan de Theobalduskapel grondig gekuist door alle buren. De kinderen werden hierbij ingeschakeld om de stoelen buiten en daarna opnieuw binnen te zetten.

Theo is ook verschillende jaren misdienaar op het Begijnhof geweest en ging met die groep 3 jaar na mekaar op vakantie naar Corsendonk. Hij werd ook dikwijls ingeschakeld op het Begijnhof, om onder andere tijdens de processie het baldakijn te dragen of te helpen bij een verhuis van pastoors en begijnen. De grappen van pastoor Frickel, pastoor op het Begijnhof van 1948 tot 1987, zijn Theo bekend. Van hem mocht Anna van de Gatpees enkel vernoemd worden als Anna van het Achtertouwwerk. Theo herinnert zich hoe bang deze vrouw was van de duivel en daarom op haar slaapkamer als bescherming vijftig heiligenbeelden had staan. Tijdens de verhuis van pastoor Frickel stopten de misdienaars voor de gemakkelijkheid de kat in de stoof. Ze vergaten het echter te zeggen en toen de meid ’s avonds de stoof aanstak, vloog de kat er als een razende uit.

Ook pastoor Van Lieshout heeft Theo goed gekend: een brave mens, die elk jaar tijdens de vergadering voor iedereen een glaasje wijn voorzag en zijn buitenverblijf schonk aan zijn meid.

Mensen als Theo hangt Het Bezemklokje aan de lippen om alles te horen wat zij nog weten over vroeger. En zijn maquettes.. daarvan tonen we u er graag enkele in dit ledenblad.

Datum publicatie: maart 2022

Over eieren rapen en klokken die naar Rome vliegen

Rita Dries

Voor christenen is Pasen het belangrijkste traditionele feest. Het paasfeest herdenkt de verrijzenis van Christus, een fundamenteel geloofsgegeven. Pasen valt altijd in de lente maar niet op een vaste datum. De eerste zondag na de volle maan die volgt op de astronomische lente is paaszondag. Net zoals bij andere feesten zijn ook rond het paasfeest heel wat liturgische en folkloristische gebruiken en rituelen gegroeid die hun oorsprong vinden in de lente. Een van de meest bekende en meest verspreide is voor kinderen het zoeken naar paaseieren. Ieder van ons herinnert zich het versje

Bim Bam Beieren

de klokken brengen eieren

Bim Bam Bom

de kinderen juichen erom.

Guido Gezelle (1830-1899), een van onze belangrijkste dichters en meest verdienstelijke volkskundige verklaart het zo: Pasen komt gemeenlijk bij ons omtrent de tijd dat de natuur ook weer uit de slaap en de schijnbare dood verrijst. Het ijs is gesmolten, ’t sap komt in de botten, de vogels zoeken een nest en beginnen te leggen. Het blij gekakel en ’t gekraai van de hoeders vermengelt aangenaam met de klank van de weergevonden klokken … Pasen is de eiertijd. Daarom zingt men: ‘Kinderkes staat op en eet een ei. ’t Is bij de Mei, ’t is Pasen!

Tijdens het pontificaat van Gregorius de Grote (590-604) werd onthouding van vlees en zuivelproducten, dus ook eieren, tijdens de vasten ingevoerd. De vasten duurt 40 dagen en bestrijkt de periode van Aswoensdag tot Pasen. In de vroege middeleeuwen werden die vastenregels strikt opgevolgd. Eieren werden daarom gedurende de hele vastenperiode bewaard en pas met Pasen opgegeten waarbij de oudste eieren die niet meer geschikt waren voor consumptie gekleurd werden en dienst deden als versiersel.

Volgens de katholieke traditie worden paaseieren door de klokken van Rome gebracht. Het verhaal wil dat ze na het luiden tijdens het Gloria in de Mis op Witte Donderdag naar Rome vertrekken. Daar worden ze gevuld met chocolade eieren en door de paus gezegend om op Paaszondag terug te keren en de meegebrachte eieren uit te werpen in tuinen en parken. Getuige hiervan het verhaal over het kleine kerkklokje van Zevendonk dat voor de eerste maal naar Rome vertrok. Verteld wordt dat de Duitse protestanten het katholieke verhaal over de klokken niet genegen waren en daarom de paashaas ingevoerd hebben. Hij schildert en versiert eieren en verstopt ze op paaszondag in tuinen en parken. Via de Nederlandse protestanten die dit verhaal overnamen kwam de paashaas naar onze streken. De klokken van Rome komen overal op hetzelfde tijdstip, maar voor de paashaas ligt dat anders: al naargelang de regio arriveert hij op Palmzondag, Witte Donderdag, Pasen of ergens in de vasten. Ook de plaats van de verstopte eieren verschilt nogal eens: soms enkel in de tuin, soms enkel binnenshuis of op beide plaatsen. Stoute kinderen worden soms gestraft: zij krijgen geen eieren maar hazenkeutels.

Het verstoppen van eieren stamt uit de Germaanse traditie om eieren, als symbool van vruchtbaarheid, tijdens het voorjaar in akkers te begraven zodat deze akkers voor een goede opbrengst zouden zorgen. Het kleuren van de eieren gebeurde door ze te koken in water verrijkt met natuurlijke producten zoals bladeren of vruchtensappen zoals van rode biet en uienschillen. Chocolade was een luxeproduct dat pas na de tweede wereldoorlog zijn intrede deed. Aanvankelijk werden alleen natuurlijke eieren verstopt.

De eerste vermelding van een soort paasboom is gevonden in een lokale krant in Amerika, The Reading Eagle uit 1876. Het betrof hier een bundel  sparrentakken die volhingen met onder andere beschilderde eieren en veel weg hadden van een kerstboom. Het versieren van een paasboom, bij ons meestal bestaand uit krulhazelaartakken versierd met gekleurde paaseieren, is slechts de laatste decennia in onze streken ingevoerd. Ook dit gebruik komt vermoedelijk overwaaien uit Duitsland en verwijst naar de heilige boomcultuur van onze voorvaderen, de Germanen. Zij verzamelden bij een heilige boom om te bidden of te offeren.

Zijn Pasen houden is een belangrijk christelijk gebruik dat sinds de ontkerkelijking in onze streken sterk afneemt. Na een bezinningstijd van 40 dagen gaat men te biechten, doet men penitentie voor de eerder bedreven zonden en gaat men tijdens de paasmis te communie. Wie oud genoeg was ging vroeger op zijn paasbest gekleed naar de paasnachtmis. Hier werd het hele lijdensverhaal van Jezus voorgelezen en werd via gebed en samenzang de verrijzenis van Christus gevierd. Vandaag is het aanvangsuur van deze dienst vervroegd en wordt ook op paaszondag een feestelijke dienst opgedragen.

Op het menu van het paasontbijt stonden steevast paaseieren, al dan niet van chocolade. In sommige gezinnen werd zelfs een wedstrijdje eieren eten georganiseerd. Bij feesten hoort nu eenmaal overvloed.

       

                                                                            Postkaarten Willy Dewinter


Bibliografie

Geybels, Hans. Heiligen en tradities in Vlaanderen, lente en zomer. Davidsfonds 2017.

https://kunst-en-cultuur.infonu.nl/feestdagen/127240-pasen-de-betekenis-en-de-gebruiken

Paasei - Wikipedia