2018/jun - Kermisherinneringen 'Dobbelewitjes'
Datum publicatie: juni 2018 (ledenblad nr. 37)
Wie kent nu nog de Turnhoutse dobbelewitjes?
Gil Tack
Lucien Swerts van de Heemkundige kring Kasterlee, Lichtaart, Tielen en Leo Dignef van De Vlierbes (Beerse) bezorgden Het Bezemklokje heel wat informatie over deze nu heemkundige kermissnoepjes.
Dobbelewitjes zijn, zoals de oudere Turnhoutenaars nog wel weten, op papier gebakken deegbolletjes, die als snoepjes op de kermis konden gewonnen worden. Ook in andere delen van Vlaanderen waren ze gekend en werden karabitjes genoemd. In Leuven en Lier sprak men over obies of obliekens. In het Antwerps dialect is de oorspronkelijke betekenis verloren gegaan. Oudere Antwerpenaars gebruiken het woord nu als synoniem voor niets, totaal geen waarde of dat gaat mij niets opbrengen zoals in ’t zal weer noblewitjes zijn.
De naam dobbelewitjes zou afkomstig kunnen zijn van nobele witjes, wat de mensen niet begrepen en tot dobbelewitjes verbasterden. Een andere verklaring komt van Willy Buysse, een romanist. Hij denkt dat het woord komt van dobbel lowietje of dubbele Louis, een Frans muntstuk, verspreid in onze gewesten na 1775. Het had een doormeter van 3 cm, net als de gelijknamige kermiskoekjes in die tijd. Later zijn de snoepjes om economische redenen waarschijnlijk verkleind tot het nu nog gekende formaat.
Sooi Eyckens, bijgenaamd Sooi Dobbelwit, lanceerde het snoepje in Turnhout. Hij woonde in de Kruishuisstraat nummer 5 en de voorkamer van zijn huis was volledig voor de productie ervan ingericht. Het deeg bestond uit water, bloem, suiker en een vierde ingrediënt dat geheim bleef. Met dit deeg werden met een spuitzak kleine hoopjes op bakpapier gespoten. Elke muur in de kamer was van schabben voorzien waarop de deeghoopjes moesten drogen. Na het drogen werden de koekjes gebakken in een oven die zich ook in dezelfde kamer bevond. De oven had een warmtebron aan beide zijkanten omdat anders de koekjes boven- of onderaan verbrandden. Na het bakken werden de koekjes, die aan het bakpapier kleefden, met een fles plat gerold. Aanvankelijk was Sooi niet tevreden over het resultaat, maar zijn schoonbroer, die bij Van Deun-Poppeliers werkte gaf hem de gouden bereidingstip.
Sooi stond met zijn snoepjes op de kermissen in Turnhout, Oud-Turnhout, Vosselaar en Beerse. Hij wilde zijn zaak graag overlaten aan zijn zoon Jos, maar die had geen belangstelling voor wat hij ‘het gedoe’ noemde. Het was Florent Mertens, getrouwd met zijn dochter Yvonne, die de zaak uiteindelijk verderzette. Flor was een beroepsmilitair in de kazerne van Turnhout en kon zijn beroep goed combineren met zijn bijverdienste, omdat hij ook zijn kinderen inzette in het bedrijf. Zo maakte zoon Ronny tijdens het weekend het deeg en bakte de koekjes. Zijn zus nam de koekjes, vastgekleefd op het bakpapier, in stapels mee naar de kermis en bemande de stand. Deze bestond uit een laag tafeltje, een stoel en een draaitoestelletje. Dit koperen toestel moest altijd blinkend gepoetst zijn, want dat was een deel van de aantrekkingskracht van de stand. Voor een frank, en wie had er nu geen frank om naar de kermis te gaan, mochten de klanten een draai geven aan het draaitoestelletje. Ze hadden altijd prijs en de kleur waar het rad stopte gaf aan hoe groot die was: meestal een bakpapieren blad met ongeveer dertig koekjes, soms, als ze geluk hadden, een groter blad met meer koekjes. Klanten die meer dan een frank betaalden wonnen sowieso meerdere bladen.
Frans Van den Avoort uit Beerse stond tussen 1981 en 1983 nog met dobbelewitjes op de kermis in Turnhout. In 1985 verkocht hij zijn handel aan De Vlierbes en nu zijn dobbelewitjes heemkunde te bekijken in Beerse!
Bibliografie
De Vlierbes, februari 2004.
De Vlierbes, december 2010.
De Vlierbes, december 2011.

Het draaitoestel van Frans Van den Avoort, nu eigendom van De Vlierbes. Foto: Heemkundekring De Vlierbes.

Turnhout Kermis augustus 2010. De kraam met de dobbelewitjes. Foto Marc Cornelis.